Ik heb een vraag over mijn PGB

Werkwijze PGB (persoonsgebonden budget)

Als er een PGB is verleend, organiseert u zelf de jeugdhulp die u het meest passend vindt. Hiervoor sluit u zelf de zorgovereenkomst(en) met de zorgverlener(s). In het besluit staat of dit een jeugdhulpaanbieder is of personen uit het sociaal netwerk. Als budgethouder van een PGB heeft u een aantal verantwoordelijkheden. Zo dient u onder andere een deugdelijke administratie te voeren, moet de jeugdhulpaanbieder voldoen aan de eisen van de Jeugdwet en bent u verplicht wijzigingen door te geven die van invloed zijn op het verleende PGB.
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) beheert het budget dat is verleend. Om het PGB in te zetten, moet u een aantal stappen doorlopen.

Deze stappen zijn:

  1. U kiest zelf welke zorgverlener u inschakelt voor jeugdhulp. In het besluit staat of dit een jeugdhulpaanbieder is en/of iemand uit uw sociaal netwerk;
  2. U maakt met de zorgverlener afspraken over de jeugdhulp;
  3. U zet deze afspraken samen op papier. Dit heet een zorgovereenkomst. Hiervoor gebruikt u de zorgovereenkomsten van de SVB;
  4. Na het invullen en ondertekenen van de zorgovereenkomst stuurt u deze op naar de SVB.

De SVB controleert of de zorgovereenkomst goed is ingevuld. De Serviceorganisatie controleert of de zorg in de zorgovereenkomst past bij het besluit. Als uw zorgovereenkomst is goedgekeurd, kan de SVB uw zorgverlener uitbetalen. Als uw zorgovereenkomst niet in orde is, krijgt u bericht.
Meer informatie over het PGB, waaronder de zorgovereenkomsten, vindt u op de website van de SVB www.svb.nl en bij Per Saldo www.pgb.nl

Vrij besteedbaar bedrag/eindejaarsuitkering/feestdagenuitkering bij het PGB

In de regio Zuid-Holland Zuid is geen vrij besteedbaar bedrag, eindejaarsuitkering of feestdagenuitkering bij het PGB mogelijk. Dit is ook niet het geval als u daar eerder wel gebruik van maakte.

Tarieven PGB

De tarieven voor de PGB’s worden jaarlijks vastgesteld. Dit zijn maximale tarieven die worden gebruikt om de hoogte van het PGB vast te stellen. De tarieven die zijn vastgesteld om op het moment dat het actieplan is ondertekend worden gehanteerd om de hoogte van het PGB te bepalen. U kunt gebruik maken van een jeugdhulpaanbieder, die een hoger tarief hanteert. U vult dan zelf het verschil aan tussen het tarief dat u krijgt via uw PGB en het tarief dat de jeugdhulpaanbieder rekent. Dat heet een vrijwillige storting. U kunt daar geen extra vergoeding voor krijgen.
In de rechterkolom op deze pagina vindt u de maximale tarieven PGB.

Van recht op zorg naar jeugdhulpplicht

Met de komst van de Jeugdwet is er een wezenlijke verandering doorgevoerd met betrekking tot het bieden van jeugdhulp. Het ‘recht op zorg’ van de burger is gewijzigd in een jeugdhulpplicht door gemeenten. Vanuit deze jeugdhulpplicht gaan jeugdprofessionals met jeugdigen en ouders in gesprek over de hulpvraag en de beantwoording van deze hulpvraag. Dit heeft consequenties voor de manier waarop nu onder de Jeugdwet wordt bepaald welke voorziening een jeugdige nodig heeft.
Op grond van de Jeugdwet, de Memorie van toelichting en de daaruit voortvloeiende lokale regelgeving (Verordening Jeugdhulp, beleidsregels en Nadere regels) geldt dat ouders de tot hun gezin behorende minderjarige jeugdigen behoren te verzorgen, op te voeden en toezicht te bieden, ook wanneer er sprake is van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking. Hierop zijn ouders aanspreekbaar. Er wordt alleen een voorziening getroffen als de jeugdige en zijn ouders er op eigen kracht niet uitkomen. De jeugdhulp is dus aanvullend op wat ouders en jeugdigen zelf kunnen, dan wel middels hun netwerk of een algemene voorziening kunnen organiseren. Dit kan via Zorg in Natura (ZiN) of via een PGB.

In de Jeugdwet staat dit als volgt:

“Indien naar het oordeel van het college een jeugdige of een ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, treft het college ten behoeve van de jeugdige die zijn woonplaats heeft binnen zijn gemeente, voorzieningen op het gebied van jeugdhulp”

Hieronder worden een aantal tekstfragmenten uit de Memorie van toelichting op de Jeugdwet aangehaald, die hierop van toepassing zijn.

Hier vindt u de volledige tekst van de Memorie van toelichting.

  • In de huidige wetgeving (dit waren de wetgevingen voor 1 januari 2015, red) is voor de meeste zorgvormen (gei¨ndiceerde jeugdzorg, jeugd-vb en jeugd-ggz) een recht op zorg opgenomen, terwijl ouders en andere opvoeders de primaire verantwoordelijkheid dragen voor het realiseren van een veilige en stimulerende opvoedomgeving (Pagina 7).
  • In dit wetsvoorstel (dit is de Jeugdwet, red) wordt het wettelijk recht op zorg vervangen door een jeugdhulpplicht voor gemeenten, vergelijkbaar met de huidige compensatieplicht in de Wmo. De gemeente treft daar waar een jeugdige of zijn ouders dit nodig hebben bij problemen met het opgroeien, de zelfredzaamheid of maatschappelijke participatie, een voorziening op het gebied van jeugdhulp. Uitgangspunt hierbij blijft echter de eigen kracht van jeugdige en zijn ouders. Het college is alleen gehouden een voorziening te treffen als de jeugdige en zijn ouders er op eigen kracht niet uitkomen. Vervolgens beslist de gemeente of en welke voorziening een jeugdige nodig heeft (pagina 7).
  • Daarmee wordt het wettelijke recht op zorg zoals dit onder de Wjz, de AWBZ en de Zvw bestond, vervangen door een jeugdhulpplicht van gemeenten. De gemeente heeft hierbij de nodige beleidsvrijheid. Als eerste geldt zoals gezegd het uitgangspunt van de eigen kracht van jeugdige en zijn ouders: het college is alleen gehouden een voorziening te treffen als de jeugdige en zijn ouders er op eigen kracht niet uitkomen. Daarnaast is het de gemeente die beslist of en welke voorziening een jeugdige nodig heeft (pagina 15).
  • De verantwoordelijkheid van de ouders voor het gezond en veilig opgroeien van hun kinderen is geregeld in de artikelen 82 en 247 van Boek 1 van het BW. Het moet voor ouders en professionals vanzelfsprekend zijn dat ouders zelf de regie nemen en houden over de opvoeding van hun kinderen (tenzij dit een onverantwoord risico voor het kind oplevert).
  • Dat vraagt een vraaggerichte houding van hulpverleners, waarbij uitgegaan wordt van de ‘eigen kracht’ van jongeren en ouders en het besef dat zij verantwoordelijk zijn voor zichzelf en, in het geval van ouders, ook voor hun kinderen. Hierop zijn zij ook aanspreekbaar.
  • Zorg, hulp en ondersteuning worden zo ingericht en opgezet dat een ‘normale’ manier van opgroeien en opvoeden wordt gestimuleerd. Dat betekent dat wordt uitgegaan van de mogelijkheden en de behoeften van de individuele jeugdigen en hun ouders en dat hulp en ondersteuning aanvullend is aan wat ouders en jeugdigen zelf kunnen.
  • Ouders en jeugdigen moeten leren (weer) op eigen vaardigheden te vertrouwen zodat zij zelf in hun verbanden verder kunnen.

Sociaal Netwerk

Voor welke jeugdhulp kan het sociaal netwerk worden ingezet

Jeugdigen en hun ouders kunnen kiezen om personen uit het sociaal netwerk in te zetten om jeugdhulp te bieden. Personen van het sociaal netwerk kunnen alleen worden ingezet om jeugdhulp voor :

1.    Begeleiding

Voluit: het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem;)

2.    Persoonlijke verzorging

Voluit: het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking.

Onder personen van het sociaal netwerk wordt verstaan

  1.  familieleden van de jeugdige en zijn ouders tot en met bloed- en/of aanverwantschap in de derde graad;
  2. andere betrokkenen bij het gezin, niet zijnde een jeugdhulpverlener als genoemd in de Jeugdwet, zoals vrienden, buren, studenten, collega’s.

De volgende voorwaarden worden gesteld voor de inzet van personen uit het sociaal netwerk

Personen uit het sociaal netwerk moeten:

  1. meerderjarig zijn;
  2. veilige, doeltreffende, doelmatige en cliëntgerichte zorg verlenen, die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder;
  3. geen voorbehouden handelingen verrichten of handelingen die op norm van de verantwoorde werktoedeling aan een geregistreerde professional zijn voorbehouden;
  4. bij de ondersteuning aan de jeugdige of zijn ouders zelf niet overbelast raken;
  5. het tarief à maximaal 20 euro per eenheid ontvangen;
  6. verklaren het PGB niet te zullen gebruiken voor de betaling van tussenpersonen of belangenbehartigers;
  7. aantonen daadwerkelijk in staat te zijn de zorg in het kader van het PGB te verlenen;
  8. op geen enkele wijze druk op de ontvanger van het PGB hebben uitgeoefend bij diens besluitvorming